Marathon Rotterdam: wanneer sneller lopen niet meer genoeg voelt

Rotterdam was genieten, tot het dat plots niet meer was. Rond kilometer 35–36 voelde het alsof iemand de stekker eruit trok. Mijn benen blokkeerden en lopen werd overleven. Waar ik tot dan controle had, moest ik plots lossen, vertragen en mensen laten passeren. En vooral die ene gedachte bleef hangen: “Waarom kan de rest blijven lopen en moet ik hier al stappen?” Tot op 300 meter van de finish bleef het vechten. Eerst kon ik nog perfect het tempo houden voor een sub 3u30, tot ik dat mentaal losliet. Vanaf dat moment kwamen de minuten er snel bij. En toch, alsof het lichaam nog één keer reageerde op een laatste stimulus, kon ik opnieuw versnellen en finishen onder 3u35. Eindresultaat: een PR van 5 minuten. En toch voelde het niet genoeg. Het is zelfs te zien in de finishfoto’s: rondom me zijn mensen aan het juichen. Ik kijk naar mijn horloge.

marathon Rotterdam laatste meters sprint naar finish
marathon finishtijd en aantal finishers

Objectief gezien móét ik tevreden zijn. Vorig jaar stond acht maanden lang in het teken van een verbouwing, een thuisbevalling en ons gezin. Mijn voorbereiding bestond uit amper 3,5 maanden waarin ik van 20 naar 60 kilometer per week ging. Ambitieus, misschien zelfs roekeloos, maar nodig om überhaupt deftig aan de start te staan. Die maanden waren goed, zelfs heel goed. Ik liep een PR op de halve marathon in Gentbrugge (1u26:59), maar de terugval richting de marathon was hard. Zeker omdat ik de eerste kilometers bewust beheerst liep, mooi in zone 2, om dan alsnog die klap te krijgen. Dat contrast zorgde voor teleurstelling — niet omdat het slecht was, maar omdat het anders voelde dan ik verwacht had.

Een groot deel daarvan ligt bij mezelf. In Parijs was het net het omgekeerde: daar zat mijn hoofd al vol nog voor ik aan de start stond. Privé was er veel te dragen, waardoor ik niet écht diep kon gaan. Alsof de mentale emmer al leeg was nog voor de wedstrijd begon. In Rotterdam was er net meer rust en ruimte, maar dat doet me ook afvragen of die emmer wel voldoende gevuld was om 42 kilometer lang echt af te zien. Want hoe je het draait of keert: een marathon vraagt niet alleen fysieke, maar ook mentale weerstand, en die lijkt niet altijd zomaar “aan” te staan wanneer je ze nodig hebt. Iedereen start uiteindelijk met zijn eigen rugzak of eigen motivatie om de marathon te bereiken.

weekvolume laatste jaar Mylan

Toch ligt een ander deel van dat gevoel ergens anders. Op sociale media. Niet zozeer in cijfers of trainingslogs, maar in de reels en TikToks die voortdurend passeren. Korte fragmenten, straffe prestaties, vaak nog straffer verpakt. Captions die soms gewoon van de pot gerukt zijn. “Eerste halve marathon in 1u17”. Alsof dat uit het niets komt. Terwijl daar vaak jaren loopervaring, trainingsarbeid en opbouw achter schuilgaan die je niet ziet.

En het gekke is: zelfs als je het weet, doet het iets met je.
Want in de alinea’s hiervoor ga ik bijna achteloos voorbij aan een halve marathon in 1u26 in Gentbrugge, een prestatie waar ik op elk ander moment oprecht trots op zou zijn. Maar in dat constante vergelijken voelt zelfs dat plots minder bijzonder.

En dan begint het op km 35 en de laatste 7 die volgen echt te wringen. Deels in de benen, maar misschien vooral in het hoofd.

Want plots voelt een PR niet meer uitzonderlijk.
Plots voelt 3u35 niet meer sterk of ga je zonder verpinken voorbij aan die halve marathonprestatie
Plots voelt “gewoon uitlopen” bijna onvoldoende.

Niet omdat het dat is, maar omdat je het zo begint te zien.

Dat is misschien het meest verraderlijke: niet dat sociale media liegen, maar dat ze je referentiekader verschuiven zonder dat je het doorhebt. Je vergelijkt jezelf niet meer met wie je was, maar met wat je constant voorgeschoteld krijgt. En dat is zelden de realiteit. Dat is een selectie van pieken, van uitzonderingen, van momenten waarop alles klopt.

marathon Rotterdam kubushuisjes

En dat zie ik niet alleen bij mezelf, maar ook bij atleten en klanten. Zodra we zeggen dat het doel een halve marathon is, volgt vaak meteen: “maar dat kan je toch gewoon.” Alsof het afwerken van die afstand vanzelfsprekend is geworden. Terwijl net dat wél een doel op zich mag zijn.

Een halve marathon uitlopen kan het eindpunt zijn.
Sneller lopen kan een ander doel zijn.
Op een uitdagend parcours, in moeilijke omstandigheden, of gewoon voor het plezier aan de start staan… het mag allemaal bestaan zonder dat het altijd in “beter dan” moet worden gegoten.

Want ook daar verschuift het referentiekader. Niet alleen in je eigen hoofd, maar in hoe we als sporters naar onze eigen prestaties beginnen kijken.

runner's high tijdens marathon

Misschien zijn we collectief wat uit het oog verloren wat prestaties écht betekenen. Een marathon lopen is geen evidentie, net zoals een snelle 5 of 10 kilometer dat niet is. En toch ontstaat soms het gevoel dat dat wel zo is; Dat beter altijd de norm wordt en de lat vanzelf blijft verschuiven.

Wat we bij onze eigen atleten vaak zien, is net het omgekeerde: dat we moeten afremmen in plaats van versnellen. Het lichaam tijd geven om zich aan te passen, om sterker te worden in plaats van alleen maar sneller. Iets wat niet altijd vanzelf gaat in een wereld waar alles sneller lijkt te moeten, ook progressie.

Misschien zit de uitdaging er net in om dat evenwicht terug wat beter te bewaken: respect voor de afstand, maar evenzeer respect voor het proces.

De laatste weken zag ik ook dingen passeren die me deden fronsen. Challenges waarbij meerdere zware inspanningen kort na elkaar worden afgewerkt: zoals een “triple” in Leuven, of een bijzonder korte voorbereiding op bijvoorbeeld de Marathon des Sables of de halve marathon in Parijs. Allemaal gebracht door influencers waar ik op zich wel naar opkijk en die echt inspireren met wat ze doen.

En net dat maakt het zo dubbel.

Want indrukwekkend is het absoluut. Het zet mensen aan tot sporten, en dat is op zich iets positiefs. Het idee “als zij dat kunnen, dan kan ik dat ook” kan heel krachtig zijn als insteek om in beweging te komen.

Maar tegelijk verschuift dat beeld soms ook. Wat begint als inspiratie, wordt voor sommigen een maatstaf. En net omdat die prestaties zo extreem zijn, ligt de stap naar overinterpretatie snel op de loer. Alsof het normaal is om zo snel zo ver te gaan. Terwijl dat zelden het volledige verhaal is en nog minder vaak duurzaam. Het inspireert, zeker, maar het creëert ook een beeld waarin méér altijd beter lijkt: sneller, langer, zwaarder.

vermoeide loper op weg naar de finish

Voor mezelf hield ik het simpel. Na de marathon nam ik rust, de eerste week sportte ik niet en daarna begon ik opnieuw rustig op te bouwen. Geen heroïek, gewoon gezond verstand. Omdat ik vooral wil blijven lopen, niet alleen vandaag maar ook binnen tien jaar.

En als ik terugkijk, begint dat gevoel van Rotterdam eigenlijk al in de weken voordien. De laatste fase van de voorbereiding gaf me net opnieuw structuur en plezier. Eenvoudige trainingsweken, duidelijke prikkels, een ritme waarin alles wat je doet opnieuw richting één doel gaat. Geen chaos, geen twijfel, maar gewoon: trainen, herstellen, herhalen. Dat soort eenvoud heeft iets rustgevends.

En misschien is dat net waarom Rotterdam zo blijft hangen. Niet alleen door de race zelf, maar door het geheel errond. De supporters die ik onderweg zag, mijn dochter van 2,5 die nog altijd het wedstrijdshirt van Rotterdam wil dragen (blauw, haar lievelingskleur) en zonder het te beseffen misschien toch een beetje meeneemt wat sport kan betekenen. En dan die laatste kilometers: supporters die je naam beginnen roepen, zingen… alles om je nog één keer vooruit te duwen. Niet omdat je sneller gaat, maar omdat je weigert te stoppen. Stap voor stap, omringd door lawaai, energie en een stad die je letterlijk duwt op het moment dat je zelf eigenlijk niets meer over hebt.

Dat is het moment waarop het niet meer over tempo gaat, maar gewoon over doorgaan.

Dat blijft hangen. Niet als cijfer, maar als gevoel.
Kippenvel, telkens opnieuw als ik eraan terugdenk.

loper steekt tong uit naar familie

En dat marathonpensioen? Dat duurde exact één week. Want ergens zit het er nog, het gevoel dat er meer in zit en dat ik deze afstand nog beter kan begrijpen. Maar misschien nog belangrijker is dat andere besef: dat gevoel dat het nooit genoeg is, daar wil ik waakzaam voor blijven.

Want misschien is dat uiteindelijk de echte uitdaging.
Niet sneller lopen.

Maar blijven beseffen dat wat je doet (ook zonder vergelijking) al de moeite waard is.

En net daar zit voor mij ook de kern van hoe wij naar coaching kijken.

Niet in één grote sprong naar een einddoel. Niet in het najagen van extremen omdat ze goed ogen op sociale media. Maar in progressie die ergens begint en jaar na jaar blijft duren.

Van niet lopen, naar een eerste halve marathon. Van daaruit rustig richting sub 1u40. Daarna een eerste marathon. En wie weet, later verder bouwen naar 1u26 op de halve en sub 3u10 op de marathon.

Dat is geen belofte. Dat is een voorbeeld van een richting… op maat, met geduld, en met respect voor wat jouw lichaam en hoofd op dat moment aankunnen.

Want dat gevoel dat het nooit genoeg is? Dat kennen we. En als coach is het net onze taak om je daarin bij te staan. Niet door de lat altijd hoger te leggen, maar door je te helpen zien wat je al hebt neergezet. En van daaruit, stap voor stap, verder te gaan.

Herken je dit? Dan praten we graag.

Next
Next

Sporten in de hitte: adaptatie of risico?